Groenhuis.org

Milieu, mens en geld besparen

Groenhuis.org RSS Feed
 
 
 
 

EPB

EPB staat voor de regelgeving rond EnergiePrestatie Binnenklimaat. De EPB legt dus feitelijk aan een woning minimale prestaties op aangaande ventilatie, isolatie, gebruik van natuurlijke energie (zonne-energie) en het verbruik van klassieke energie (elektriciteit en verwarming). De EPB is niet echt ambitieus. Je kunt je woning nog veel beter isoleren (tot bijvoorbeeld een lage-energiewoning of passiefhuis). Hierdoor zal het E-peil nog verder zakken. De EPB-norm is zelfs een beetje achterhaald, aangezien een K-peil van K45 (alsook een E-peil van E100) nastreven zeker geen grootschalige veranderingen zal teweeg brengen. Je kunt beter streven naar K30 en E70. Als je hieraan kunt voldoen, ben je de trotse eigenaar van een lage-energiewoning. In onze buurlanden worden nu al veel meer passiefwoningen gebouwd. Men zou er moeten kunnen naar streven dat een woning GEEN energie meer nodig heeft. Dit kan perfect gerealiseerd worden met zonnepanelen, zonneboilers en een zeer strenge isolatie en ventilatienorm.

Vooraleer we verder gaan met de inhoud plaatsen we de voornaamste grootheden op een rij, om zodoende te weten waarover we spreken:

  • U-waarde= isolatiewaarde van een constructiedeel (muur, dak,…). De U-waarde duidt aan hoeveel warmte er per tijdseenheid en per vierkante meter verloren gaat als er tussen ‘binnen’ en ‘buiten’ een temperatuursverschil van 1°C is. Ze wordt uitgedrukt in W/m²K. Hoe lager de U-waarde van een constructiedeel, hoe minder warmte er door dat deel verloren gaat, of hoe beter dit constructiedeel de warmte binnenhoudt.
  • De Lambda-waarde (?)= de isolatiewaarde van een materiaal. De lambda-waarde geeft aan hoeveelheid warmte er per tijdseenheid en per meter dikte van een materiaal verloren gaat bij een temperatuurverschil van 1°C tussen binnen en buiten. De lambdawaarde wordt uitgedrukt in W/mK. Hoe lager de lambdawaarde, hoe beter het materiaal isoleert en het warmteverlies tegenhoudt.
  • K als eenheid is Kelvin. Deze absolute temperatuursaanduiding wordt veel in de wetenschap gebruikt. 0K komt overeen met -273°C. 273K is dus gelijk aan 0°C. Celsius neemt water als referentie (vorst gelijk aan 0, koken gelijk aan 100°C, Kelvin werkt met een absolute schaalverdeling).
  • E-peil= het energieverbruik van de woning. De zorg voor een energiezuinige, geïsoleerde en geventileerde woning heeft effect op het totale energieverbruik. Een maat voor dit energieverbruik noemen we de energieprestatie of het E-peil. Dit E-peil geeft een beeld van het energieverbruik van de woning en haar vaste installaties in standaardomstandigheden. Deze standaardomstandigheden zijn 18°C met een standaardgezinssamenstelling van 4 personen. Hoe lager het E-peil, hoe energiezuiniger de woning. Het E-peil mag niet hoger zijn dan E100, liefst lager, zoals bijvoorbeeld de E70-norm. Deze woningen zijn bijgevolg 30% zuiniger dan een E100!
  • K-peil= isolatiepeil van een woning. Het K-peil is het totale isolatiepeil van een woning. Het houdt rekening met de warmteverliezen door alle buitenmuren, daken, vloeren en vensters. Hoe lager het K-peil, hoe beter je woning geïsoleerd is. Het laatste nieuwe K-peil is minimaal K45. Natuurlijk mag dat altijd beter zijn, zoals K35.
    K100 of hoger is slecht of niet geïsoleerd, K55 is de oude norm; K45 de nieuwe norm, K30 is lage-energiewoning en K15 is passiefhuis

Woningen vallen meestal onder één van de volgende vier type gebouwen:

  • Slecht of niet geïsoleerd gebouw
  • Normaal geïsoleerd gebouw (volgens de laatste normen)
  • Lage-energiewoning
  • Passiefwoning

Er zijn in ons land nog heel wat slecht of niet geïsoleerde woningen, met enkele beglazing. Over het algemeen zijn deze gebouwen niet alleen slecht geïsoleerd, er zijn ook vaak tochtproblemen (via kasten van rolluiken enz).
Nieuwe gebouwen hebben reeds de minimale hoeveelheid isolatie (12cm onder het dak en vaak 6 à 8cm in de muur). Dit is natuurlijk ruim onvoldoende om een lage energiefactuur te hebben.
De lage-energiewoning is een hele stap in de goede richting. Deze gebouwen zijn vaak reeds sterk geïsoleerd en het verbruik ligt meestal rond de helft van een gemiddelde woning.

Een passiefhuis is nog extremer geïsoleerd en heeft slechts zeer weinig energie nodig om het huis te verwarmen. Het is echter fout om ervan uit te gaan dat deze gebouwen geen verwarmingselementen meer hebben, maar de installatie kan vaak sterk teruggedrongen worden.

Het verbouwen van een woning tot een passiefhuis is mogelijk, maar vraagt vaak zeer ingrijpende veranderingen en dus meer geld. Als je een passiefwoning wil bouwen, moet je van bij het ontwerp rekening houden met de speciale randvoorwaarden. Installaties, muurdiktes, plattegrond, materiaalgebruik… zijn allemaal sterk afhankelijk van de strenge opgelegde eisen.

Een oudbouw (periode 1960) heeft een gemiddeld verbruik van 200 kWh/m² per jaar. Een nieuwbouw heeft al een reductie en verbruikt gemiddeld 100 kWh/m² per jaar. Een lage-energiewoning zit rond de 75 kWh/m² per jaar en een passiefwoning zit rond de 15 kWh/m² per jaar. De investering in isolatie helpt natuurlijk de energiefactuur te drukken, zodat op zelfs korte termijn de meerkost kan worden terugverdiend.

Wil je meer info over passiefwoningen? Neem dan eens een kijkje op de volgende sites:

www.passiefhuis.nl

www.passiefhuisplatform.be

Groenbouwen

Conclusie: Alhoewel het E-peil geen eenheid heeft, zie je toch dat men het verbruik gaat weergeven in kWh/m²/jaar. Hierover kan je op beurzen rond passief wonen heel wat informatie bij elkaar sprokkelen. Oude huizen hebben een E-peil van soms E200, een recentie nieuwbouw een E-peil van E100, de lage-energiewoning E75 of beter en een PHP (PassiefHuisProject) E15 en soms lager. Niet alleen bepaald het K-peil het E-peil, maar natuurlijk ook de grootte van een woning. Een woning die dubbel zo groot is als een andere, zal (ondanks dezelfde hoeveelheid isolatie, dus het K-peil) het dubbele verbruiken. Te groot bouwen is dus eveneens niet zinvol, als je het bekijkt vanuit het energie-standpunt. De berekening van het E-peil gebeurd door middel van de EPW-methode.

Hoeveel energie verliest een woning?

Hiervoor kunnen we gebruik maken van de formule voor het warmtegeleidingsvermogen. Het warmtegeleidingsvermogen (mate van warmteverlies) is de hoeveelheid warmte die per seconde, door geleiding, door een wand gaat met een bepaalde doorsnede en een bepaalde dikte.
Warmteoverdracht door geleiding volgt ofwel uit het contact van twee lichamen op een verschillende temperatuur (T1<T2) ofwel van twee onderdelen van eenzelfde lichaam op een verschillende temperatuur. De hoeveelheid warmte ?Q (delta Q) die per seconde door geleiding door een wand gaat, is recht evenredig met:

  • het temperatuurverschil voor en achter de wand, T1-T2 (K) waarbij T1<T2
  • de doorsnede van de wand A (m²)
  • de aard van het materiaal van de wand, lambda (W/mK)
  • tijd t in seconde (s)
  • en omgekeerd evenredig met de wanddikte d (m)

De formule is dan als volgt:

DeltaQ= Lambda.A.(T2-T1) / d

Ter vergelijking enkele lamda-waarden (steeds droge toestand):

  • Lambda-waarde van koper = 375 W/mK
  • Lambda-waarde van staal = 45 W/mK
  • Lambda-waarde van Aluminium = 200 W/mK
  • Lambda-waarde van beton = 1,9 W/mK
  • Lambda-waarde van cellenbeton = tussen 0,18 en 0,3 W/mK
  • Lambda-waarde van minerale wol = 0,036 W/mK (dekens)
  • Lambda-waarde van minerale wol = 0,034 W/mK (platen)
  • Lambda-waarde van naaldhout = 0,14 W/mK
  • Lambda-waarde van kunststof = 0,2 W/mK

Wat kunnen we nu precies uit de voorgaande formule afleiden? Wel, het volgende:

  • De Delta Q mag dan wel het warmtegeleidingsvermogen zijn, het is ook een maat voor de isolatie. Des te hoger de warmte geleiding (goede geleider), des te slechter zal het isoleren (en omgekeerd).
  • De Lambda-waarde is afhankelijk van het materiaal. Hoe lager de lambda-waarde, des te beter zal deze stof isoleren. Door deze grootheid in de teller van de breuk te plaatsen, zal ze ervoor zorgen dat de breuk een kleinere uitkomst heeft, dus een lagere warmtegeleiding of een betere isolatie.
  • Een kleiner oppervlak zorgt voor hetzelfde effect, namelijk dat de breuk kleiner is. Een te grote woning zal dus ook de warmtegeleiding negatief beïnvloeden. Daarom dat een appartement (met 1 buitenmuur) minder warmteverliezen heeft, een rijwoning verbruikt al meer dan een appartement (2 buitenmuren), een half-open bebouwing nog meer dan een rijwoning (3 buitenmuren) en een alleenstaand huis het meest! Opgelet, dit is natuurlijk op voorwaarde dat de isolatiewaarde van alle woningen gelijk is!!! Veel oude rijwoningen zijn vaak slecht geïsoleerd, tegenover een alleenstaande passiefwoning. We kunnen hier ook uit concluderen dat een woning met veel uitsteeksels en speciale vormen een groter oppervlak heeft en bijgevolg meer zal verbruiken. De kubusvorm is nog altijd het beste; rechtaan rechtaf; dus een compacte woning.
  • Delta T (T2-T1) is het temperatuursverschil. Indien er buiten 20°C is en binnen ook, zal er natuurlijk geen warmtegeleiding zijn. Hoe groter het temperatuursverschil (hoe kouder het buiten is), des te groter zal de warmtegeleiding zijn en dus hiermee gepaard gaande de verliezen (bij gelijke isolatie). We kunnen er niet voor zorgen dat het buiten warmer is (dat gebeurd door het broeikaseffect al vanzelf), maar we kunnen de woning wel zodanig oriënteren, zodat de grote raampartijen naar het zuiden staan gericht. In de zomer kunnen we dezelfde ruiten dan afschermen met rolluiken en screens.
  • d staat voor de dikte van de wand. Indien we 30cm glaswol plaatsen in plaats van 10cm, gaat de warmtegeleiding natuurlijk drastisch omlaag. We proberen daarom altijd de dikte van het isolatiemateriaal zo groot mogelijk te nemen. Dit is ook een van de trucjes van een passiefwoning. Ook de ruiten zijn belangrijk. Je hebt best minstens K1.1 (hoogrendementsglas). Deze ruiten hebben een een isolatiewaarde die 2,5 keer beter is dan gewone dubbele beglazing (K2.8). De spouw van hoogrendementsglas is gevuld met een edelgas (meestal argon) en aan de binnenkant van één van de glasbladen is een onzichtbaar metaallaagje aangebracht. In passiefwoningen wordt nu zelfs al met K0.5 en nog beter gewerkt!

De waarden die in de teller van de breuk staan zijn dus best zo klein mogelijk, de waarde in de noemer best zo groot mogelijk, waardoor de warmtegeleiding laag is en bijgevolg de isolatiewaarde hoog!

Ga naar de site van energiesparen om meer informatie over de parameters van het E-peil te bekijken.

Voor meer informatie over de EPB kan je surfen naar www.epb2006.be.
Lees op Livios eveneens alles over het EPB.
Meer informatie over het EPB is ook terug te vinden op www.energiesparen.be
Bestel gratis de publicatie over de EPB of download dezelfde informatie.

Klik hier om meer te weten te komen over het verschil tussen EPA, EPB, EPC en EAP.

Welke waarden moet een woning nu minimaal halen?

Elke nieuwbouw of verbouwing (waarvoor een bouwaanvraag wordt ingediend) moet voldoen aan een K-peil van K45 en een E-peil van E100 (of beter). Vanaf 1 januari 2006 is deze regel van kracht. Bij verbouwingen of herbouw (groter dan 800 m² of bij extra wooneenheden, maar niet voor kleine uitbreidingen, kleine herbouw, verbouwingen) moet je zorgen dat de thermische isolatie in het verbouwde deel het niveau van de energieprestatieregelgeving (EPB) haalt. Deze regels zijn van toepassing op alle gebouwen die verwarmd of gekoeld worden ten behoeven van mensen (geen garages, serres, …). Dus niet alleen woningen, maar ook kantoren, scholen, industriële gebouwen of ziekenhuizen. Wordt er dus een dossier ingediend na 1 januari 2006, dan is de EPB van toepassing. Verbouwingen waarvoor het dossier voor 1 januari 2006 is ingediend, kan door de gemeente worden bekeken als een dossier in 2005. In dat geval mag je bouw voldoen aan de slechtere K55. Natuurlijk kan je altijd best een energiezuinige en goed geïsoleerde woning nastreven, om later met geen exuberante energiefactuur te zitten! E70 en K30 zijn volgens ons het absolute minimum voor een nieuwbouw.

Hoe kan je deze normen halen?

Ten eerste gaat de architect bij een nieuwbouw een belangrijke rol spelen. Je mag van deze persoon gerust eisen dat hij/zij tot het uiterste gaat om de woning energiezuinig te maken. De architect moet trouwens een energieprestatiecertificaat afleveren voor de woning. Dit document is zeer belangrijk en geeft een duidelijk beeld van de verplichtingen aangaande EPB.
Natuurlijk kan je ook heel wat informatie raadplegen in onze verschillende rubrieken op onze site www.groenhuis.org. Wij bieden niet alleen info aan op onze eigen site, maar je kunt via onze blogroll aan heel wat nuttige adressen geraken om jezelf te informeren.

Wat als mijn E-peil te hoog is en mijn K-peil niet?

Het kan best zijn dat je woning perfect is geïsoleerd en toch teveel energie verbruikt, door bijvoorbeeld een verouderde centrale verwarming. Om je E-peil te laten verlagen is het dan aangewezen om de verwarmingsinstallatie te vervangen door een meer rendabele installatie. Je kunt dus het E-peil veranderen, zonder iets aan je K-peil te wijzigen. Door bijvoorbeeld PV-panelen of een zonne-boiler te installeren ga je het E-peil van je woning drastisch verlagen, zonder iets te wijzigen aan het K-peil. Wie daarentegen iets gaat veranderen aan het K-peil, bijvoorbeeld een zolder goed isoleren, zal merken dat het E-peil hierdoor ook zal dalen.

Conclusie: Het E-peil wijzigen heeft geen invloed op het K-peil, maar omgekeerd WEL!

EPB-software.

Je kunt de software voor het berekenen van de EPB zelf downloaden. Natuurlijk is het belangrijk dat je van alle technische aspecten op de hoogte bent, anders gaat de software geen meerwaarde bieden. Wie niet over de technische kennis van EPB beschikt, laat dit werk beter over aan een energieautiteur. Klik op de volgende pagina voor meer informatie en de lijst met de verschillende energieauditeurs.

Pages

Archives

Links

Laatste reacties

Mijn Twitter

Posting tweet...

Powered by Twitter Tools

Laatste Berichten

Categorieën

 

september 2010
M D W D V Z Z
« Aug    
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
27282930  

Meta

pagepeel by webpicasso.de